Na een lange winter liggen de meeste tuinen er een beetje verlaten bij. Dode takken, verwelkte vaste planten, een gazon dat grauw is geworden en planten die nog op gang moeten komen. Maar goed nieuws: als je in het vroege voorjaar al een paar uur je tuin in steekt, beloon je jezelf de rest van het seizoen met een blij en bloeiend buiten.
Wachten tot alles al groen is, is eigenlijk te laat. Hieronder lees je wanneer je wat aanpakt en hoe je de tuin stap voor stap wakker schudt.
Wanneer begin je met je tuin klaarmaken voor de lente?
In Nederland is februari tot half maart het moment waarop de eerste tuinklussen zinvol worden. De grond is dan nog te nat en te koud voor veel zaaiwerk, maar er is wel al van alles te doen. Zodra de nachtvorst niet meer structureel onder de -5°C duikt, kun je beginnen.
Let op de bodemtemperatuur, niet alleen op de luchttemperatuur. Zaden ontkiemen pas als de grond minimaal 5 tot 8 graden heeft. Een handige tip: steek een vinger in de grond. Voelt het ijskoud aan? Dan even wachten.
Snoeien: wat mag er al vroeg aan de beurt?
Snoeien is één van de eerste dingen die je kunt doen zodra de ergste vorst achter de rug is. Maar niet alles snoei je tegelijk — dat is belangrijk om te weten.
Wat snoei je in het vroege voorjaar?
Rozen: snoei ze terug in februari of maart, afhankelijk van de soort. Struikrozen en klimrozen snoei je vrij fors terug. Dat klinkt rigoureus, maar ze dankken je ervoor met veel bloei. Vaste planten: de droge stengels en stelen die je de winter in hebt laten staan voor de vogels en insecten, mogen er nu af. Ze geven het voorjaar dan ruimte aan nieuw groen. Fruitbomen: ook die snoei je bij voorkeur voor het uitlopen. Verwijder dode, zieke of kruisende takken. Heesters: heesters die in de zomer bloeien (zoals vlinderstruiken) snoei je terug in het voorjaar. Heesters die vroeg in het jaar bloeien, zoals forsythia of sering, snoei je pas na de bloei.
Wat je niet doet: coniferen zwaar snoeien in het voorjaar. Die verliezen door een ferme snoeibeurt makkelijk kale plekken die niet meer aangroeien.
Bodem verbeteren voor het nieuwe seizoen
Een goede bodem is de basis van alles in de tuin. Na de winter is de grond soms dichtgeslagen en arm aan voedingsstoffen. Hieraan kun je al vroeg iets doen.
Spit de grond licht om als hij droog genoeg is, maar doe dit niet als de bodem nog te nat is. Dan beschadig je de structuur. Voeg compost toe: verwerkte tuincompost of gedroogde mest door de bodem mixen doet wonderen. Het verbetert zowel zandgrond als zware kleigrond. pH meten: voor groente- en fruittuinen is het zeker de moeite waard om eens de zuurgraad van de grond te testen. Veel planten floreren het best bij een pH tussen 6,0 en 7,0.
Bemesten in het vroege voorjaar geef je planten een vliegende start. Gebruik hiervoor een langzaam werkende organische meststof, zodat voedingsstoffen geleidelijk vrijkomen.
Onkruid: vroeg beginnen loont
Eén van de slimste dingen die je in het voorjaar kunt doen: onkruid aanpakken vóórdat het zaad heeft geschoten. Vroeg beginnen betekent minder werk later.
Brandnetel, kleefkruid en paardenbloem zijn al vroeg actief. Trek ze eruit zolang de grond nog wat vochtig is — dan komen ze makkelijker los met wortel en al. Gebruik een onkruidsteker voor hardnekkige soorten.
Wil je voorkomen dat onkruid überhaupt de kans krijgt? Dek de bodem af met een laag mulch (boomschors of snijgras). Dat houdt de grond ook vochtig en verbetert de bodemkwaliteit tegelijk. Twee vliegen in één klap.
Zaaien en planten: wanneer is het veilig?
Veel mensen beginnen te vroeg met zaaien buiten. Begrijpelijk, want het enthousiasme van het nieuwe tuinseizoen is groot. Maar als er nog nachtvorst dreigt, is dat zonde van je moeite.
Koud-tolerante groenten zoals spinazie, radijs, peen en sla kun je al vroeg in het jaar buiten zaaien, vanaf half maart. Warmteminnende planten zoals tomaten, courgette en basilicum zaai je eerst binnen op op een lichte, warme plek. Die zet je pas buiten na de ijsheiligen, die in Nederland vallen rond half mei.
Vaste planten en struiken kun je al vroeg planten of verplanten zolang de grond niet bevroren is. Geef ze direct na het planten flink wat water, ook al regent het.
Je gazon opknappen na de winter
Een gazon heeft na de winter altijd een opfrisbeurt nodig. Verticuteren — dat is het verwijderen van het dode grasfiltveld — doe je het best als het gras begint te groeien. Dat is ergens tussen half maart en april, afhankelijk van het weer.
Na het verticuteren strooi je eventueel wat extra graszaad op de kale plekken. Geef dan ook een lichte toplaag van fijn zand of compost. En een gazonmeststrooier gebruiken is een goed moment om de eerste voeding van het seizoen te geven.
Maai het gazon voor de eerste keer hoog — stel je maaier in op zo’n 5 tot 6 centimeter. Te laag maaien stresst het gras onnodig, zeker als het nog niet op volle kracht groeit.
